De bergen....er naast jungle na eigenlijk geen andere locatie op de wereld waar ik me fijner voel dan in de bergen. Hardlopen in de bergen is voor mij dan ook wat ooit, en eigenlijk nog steeds is, het fietsen in de bergen was: ultiem genieten. De bergen hebben iets magisch en geven mij altijd het gevoel hoe nietig en klein je eigenlijk bent als mens. Maar ook hun imposante grootte met het schitterende uitzicht wat ze ons geven, de stilte die er vaak is, maar ook het onvoorspelbare.... Ik kan me geen fijnere plek wensen. Daarnaast realiseer ik me altijd hoe bizar mooi en ruig de natuur eigenlijk kan zijn. Hoe zwaar ik het ook heb, ik heb altijd ruimte om te genieten, om even stil te staan en om me heen te kijken en om heel bewust de 'berglucht’ in te ademen. Ook is er altijd wel ruimte om in mijn bubbel om te mijmeren, om over het leven na te denken of om plannen te maken al dan niet geïnspireerd door de omgeving.
In augustus 2020 waren Natascha en ik met ons camperbusje vertrokken voor een trip van 4 weken naar Oostenrijk, Italië en Frankrijk. Deze landen waren destijds te
bezoeken in die gekke coronatijd. De eerste week zouden we in Oostenrijk zijn met de ouders van Natascha. We belandde op een camping in Westendorf waar de uitbater natuurlijk vloeiend Nederlands sprak. We maakten een hike van zo'n 24 kilometer richting de top waar we op uit keken vanaf de camping. Natascha d'r ouders waren met de skilift gegaan en zaten boven al te wachten. Het weer was fenomenaal. Strakblauwe lucht en zon. We moesten er maar van genieten, want al een paar dagen lazen en hoorden we dat er slecht weer op komst zou zijn. Maar nu wees niets wees erop dat dit binnen een paar dagen totaal zou veranderen.
Na een aantal nachten trokken we verder. We zouden via Kitzbühel naar Pill rijden om daar ergens op een camping te gaan staan. In Kitzbühel had ik een mooie route gevonden van ongeveer 25 kilometer. We parkeerden bij een groot skistation waar de route naast zou beginnen. We hadden ons enigszins voorbereid op een pittige route en dat gold zeker voor de eerste 5 kilometer. Toen waren de hoogtemeters al wel ruim binnen voor die dag! Met onze stokken als hulpmiddel kwamen we uiteindelijk in een schitterende groene omgeving met werkelijk fantastische uitzichten. Bergtoppen waar je maar keek. Zon op onze knar en volle bak genieten van de route die ons langs van die mooie Duitse namen liet lopen: Hornköpfl, Hochetzkogel en Schleierwasserfall. Hier doen we het voor zei ik nog tegen Natas. We konden wel foto’s blijven maken. Een aardige trailrunnende dame bood aan om een foto van ons te maken. Dat sloegen we niet af natuurlijk! Na een uur of drie kwamen we weer aan bij onze camperbus. Met een voldaan gevoel reden we begin van de middag richting Innsbruck om net daarvoor dus bij Pill te kijken of we op de camping konden staan. De weersverwachting was inmiddels van minder goed naar ronduit slecht gegaan.
In Noord-Italië, waar het weer vandaan zou komen, was het inmiddels noodweer met overstromingen en sneeuw. Aangekomen in Pill kregen we dat ook te horen van de campingbaas, maar we waren zeker welkom. Een paar weken daarvoor had het ook flink geregend en had hij met zijn trekker de grote campers uit het veld moeten trekken omdat ze zelf niet meer weg konden komen, zoveel water lag er op het veld. Wij vonden een perfect plekje bovenaan een laantje, op het asfalt met de wielen.
Kellerjoch (2344mtr)
Ik wilde graag een route op, over en rond de Kellerjoch rennen. Jaren geleden was ik al eens in dit gebied geweest met defensie en ik zag toen op de stafkaart de naam Kellerjoch staan en op één of andere manier heb ik die altijd onthouden. Destijds had ik een minder leuke souvenir meegenomen naar huis. Tijdens een oefenweek in december maakten we een beklimming in de sneeuw. Ik gleed halverwege onderuit en met mijn pols bleef ik in de stok hangen die ik vast had. Mijn arm kwam zodoende onder mijn rugzak terecht en ik viel er dus met een behoorlijk gewicht op. Ik voelde een pijnscheut, maar stond snel op om verder te gaan met de oefening. Ik merkte toen al wel wat belemmering met schieten en met een schuilplek graven in de sneeuw. Er lag dus toen volle bak echte sneeuw en er was geen sneeuwkanon te bekennen. Sterker nog, daar had bij wijze van nog nooit iemand van gehoord...
Aan het einde van de dag had ik toch wel wat last gekregen in de zin van kloppende
pols, pijnscheuten en weinig kracht. Een medic keek ernaar en die deed wat
handelingen waaruit bleek dat het flink gekneusd bleek. Een nachtje rust en morgen wat minder fanatiek zou goed zijn zei hij. De volgende dag was mijn pols rood, warm en opgezwollen. Een testje met druk deed behoorlijk zeer. Gek, want de dag ervoor was die test prima te doen. Een bezoekje aan de kazernearts betekende een retourtje ziekenhuis in Innsbruck. Jawel... een gebroken pols... kak... einde oefening voor mij. Misschien voelde een route juist daar lopen als een soort van revanche op het gebied ofzo? Anyway, het leek me heel tof om deze route te doen met Natascha.
Terug naar de camping in Pill, waar we dus inmiddels in de regen stonden. Dag na dag regen. En echt geen moment droog gewoon, dagenlang... niks droogde ook in de camper. Dat was wel cramperen zeg maar....
We wilden de trail na een dag of drie gaan doen, maar dat werd sterk afgeraden door de campingbaas. Te gevaarlijk met de weersverwachting. Het leek ons verstandig om zijn advies op te volgen en de trail een dag uit te stellen. Een dag later bleek het weer zeker niet verbeterd en het kwam met bakken naar beneden. We waren de regen inmiddels goed zat aan het worden en bedachten een alternatief plan. In Italië bleek het weer flink opgeklaard en we wilden daar toch zo snel mogelijk heen.
De dag erna bleek het ook in onze omgeving ineens een stuk beter toeven en we
besloten dat dit de dag voor de Kellerjoch was. Met ons campertje reden we naar de
start locatie en die was al een stuk de berg op. Het zou een route van een kilometer of 16 zijn dus dat moest prima te doen zijn. Een makkelijker begin dan in Kitzbühel, maar ook deze was pittig. Steile stukken en singletracks met rotsblokken. Daarnaast was het door de regen soms ook wat lastig begaanbaar. De wolken dreven om ons heen wat het ook wel weer episch maakte. Uiteindelijk kwamen we bij een gedeelte waar je middels trouwen naar boven moest zien te komen. Natascha was allesbehalve ontspannen met haar hoogtevrees. We liepen over een smalle richel en zagen een plaquette aan de linkerwand hangen met daarop de naam van een persoon die daar kennelijk was verongelukt. We keken kort naar rechts en daar was een enorme diepte. Holy shit... We kwam uiteindelijk op het hoogste punt van de berg, boven bij een kerkje wat de Kellerjochkapelle heette. We rende er een rondje omheen rende en aten daarna even wat. Toch maar mooi gefixed! En toch wel een tof uitzicht met die wolken zo. Maar het was inmiddels hard gaan waaien en aangezien wij in onze korte broek en shirt bezig waren, was lang stilstaan niet heel handig. We waren eerder al wandelaars tegen gekomen die in een serieus skipak liepen. Een ontmoeting van het ene uiterste en het andere. We moesten er allemaal een beetje om lachen. Verschilletje locals en toeristen denk ik...
Na het rondje om de kerk besloten we dus om snel af te dalen waar het hopelijk wat
minder hard waaide en minder koud was. Dat snel kon wel weggelaten worden, want het was stapje voor stapje naar beneden. Natascha vond het helemaal niks en was er eigenlijk wel klaar mee. Maar we moesten nog even volhouden. En eerlijk is eerlijk, sommige stukken waren wel echt steil en smal... en met de harde wind was het niet heel ontspannen. Kort na dit steile gedeelte werd het beter beloopbaar en gelukkig ook minder wind dus we konden weer even rennen. Na een paar honderd meter boog de route af naar links. Het was er steil en een pad was met wat fantasie wel te zien.
Natascha liep liever verder over het pad waar we op liepen, maar omdat die richting de volgende bergtop ging, vond ik dat niet het beste plan. Ik stelde voor dat ik eerst even alleen ging kijken en dat als het niet te doen was voor haar zouden we alsnog via het pad naar de volgende top kunnen gaan. Dan zouden we daar wel opnieuw kijken wat het beste was. Een paar stappen naar beneden later ging ik op een steen staan. Zoals altijd tijdens een steile afdaling voelde ik of de steen loslag of niet. Ik voelde geen beweging in de steen, maar toen ik er met mijn volle gewicht op stond bleek het toch niet zo vast te liggen als ik had verwacht. De steen gleed weg en ik ging door de Wet van de Zwaartekracht mee naar beneden. Ik probeerde mezelf af te remmen door kleine stapjes te nemen, maar het ging zo snel dat het me niet lukte. Ik klapte onderuit en stuiterde over de stenen van rotsblok naar rotsblok. Mijn lijf beukte er steeds tegenaan. Ik hoorde Natascha in de verte gillen en ik bedacht me dat ik mijn hoofd moest beschermen. Ik deed mijn hoofd naar beneden en hield mijn armen in 90 graden houding stijf ernaast met mijn vuisten ter hoogte van mijn slaap. Ik ging steeds harder en ik bedacht me op één of andere manier dat ik dit niet lang vol ging houden. Ik kwam ook af en toe helemaal omhoog van de rotsen en klapte dan weer met een klap neer. Eén van mijn stokken vloog weg en ineens voelde ik een harde dreun in mijn lijf en ik stopte met naar beneden stuiteren. Ik lag stil! Holy shit... wat een geluk. Ik voelde pijn in mijn hele lijf en ik zag dat mijn rechterhand in een rare positie stond. Ik maakte een soort schreeuwend geluid in de hoop dat Natascha me zou horen. Ik keek naar boven en ik zag alleen maar rotsen, wolken en wat blauwe lucht. Ik kon me amper bewegen. Alles deed zeer.
Het volgende moment zat Natascha ineens huilend en in paniek naast me. Later bleek dat ze zeker 30 minuten bezig was geweest om bij me te komen. Kennelijk toch even buiten bewustzijn geweest dan... maar wat deed mijn lijf zeer zeg. Een dof, suf en stekend gevoel. Mijn rechterhand stond ik een gekke positie en die kon ik niet bewegen. Ik voelde mijn hele rechteronderarm tintelen en eigenlijk was mijn hele lijf voelde een soort dof en versuft aan. Fuck man... wat the fuck is dit joh.
Harde en snijdende wind gierde om onze oren. Mijn broek en shirt hingen aan een paar draadjes nog aan mijn lijf. Ik had op één of andere manier nog een stok vast in mijn linkerhand. Mijn hele rechteronderarm tintelde nog steeds als een malle. Bloed gutste uit een diepe snee in mijn rechterpols. Ik voelde pijn in mijn enkels en onder mijn voeten. Ik zag dat mijn rechterschoen ook gescheurd was.
Natascha was inmiddels overgegaan in overlevingsstand en handelde zoals ze op haar werk deed. Ze verbond de diepe snee in mijn pols en samen daalden we verder af richting een pad wat we zagen. Terug naar boven was natuurlijk geen optie. Tussen de bergmarmotten en -geiten daalden we af. Het voelde alsof ik op kussentjes liep, wat een raar gevoel in onder mijn voeten gaf. Achteraf bleken het enorme vochtbulten te zijn die ontstaan waren door de klappen die ze hadden gekregen tijdens de val. We zagen ook enorme sneeën in mijn rechterbovenbeen, maar gek genoeg kwam daar amper bloed uit.
Het was nog een kleine 6 kilometer naar de camper en we besloten verder te rennen. Het lukte me om te rennen en was tenslotte sneller dan wandelen. Tijdens het afdalen hebben we het er nog over gehad om de helikopter te laten komen, maar het feit dat je daar een fikse rekening van krijgt omdat je daar niet voor verzekerd bent, hield ons tegen. En bovendien voelde het voor mij oké om verder te rennen. Puur op adrenaline haalde ik de camperbus. Daar kwam voor het eerst het besef dat ik kort daarvoor door het oog van de naald was gekropen. Ik trok wit weg en voelde me niet heel lekker worden. Mijn hand kon ik wel wat bewegen inmiddels, maar mijn onderarm tintelde non stop door.
We besloten naar de camping terug te rijden, want daar was ook een hotel en we mochten wellicht even gebruik maken van een warme douche om van de schrik te bekomen. Daar aangekomen schrok de campingbaas behoorlijk van hoe ik erbij stond. Ik was volgens hem volledig in shock en hij raadde aan om naar het ziekenhuis te gaan. Na enig aandringen stond hij toe om ons een douche aan te wijzen waar we even mijn wonden schoon dachten te maken. Het water deed zeer aan de wonden en er leek allerlei vuil of steentjes in te zitten. We bedachten daarom dat het toch beter was om naar het ziekenhuis te gaan. Ik belde ondertussen even naar mijn ouders om te vertellen wat er gebeurd was en appte naar mijn ex om het even te melden. Toch even fijn om het te delen met mijn ouders en met mijn oudste kind.
Aangekomen in het ziekenhuis van Schwaz werd alleen ik toegelaten. Natascha mocht rechtsomkeert naar buiten, want de coronaregels vertelde ons dat er maar één persoon een ziekenhuis in mocht. En naar goed oud Duits gebruik waren ze daar vrij streng in de handhaving hiervan. Ik liep dus alleen richting een balie waar ik me meldde. Het was de Oostenrijkse variant van de spoedeisende hulp. Ik vertelde mijn verhaal en na wat "genau" en "ow ja joh" reacties werd ik met een formulier weggestuurd naar een wachtruimte. Na een minuut of 10 werd ik opgehaald door een jonge dame die duidelijk student was. Ik vertelde nogmaals mijn verhaal en ze schrokken toch wel. En ik was gewoon doorgelopen? Waarom had ik de heli niet gebeld? Rare jongens die hardlopers... Ik werd plat gelegd en er werd een nekbrace omgedaan. En vervolgens gelijk een stokje in mijn huig om te checken of ik corona had. Bijna over mijn nek, maar goed... dat doen we dan maar... Toen ik op mijn rug lag en ze is goed naar mijn bovenbeen keken zagen ze wat vuil en vooral steentjes in de wonden zitten. Met een pincet werden ze er één voor één uitgehaald. De dame die mij had opgehaald was inderdaad student en zij mocht aan de gang. Ze had er duidelijk moeite mee en deed het met wat angstige ogen. Ze was bang dat ze me pijn zou doen en vond het verhaal te bizar voor woorden. Na een tijdje was het kennelijk klaar en plakten ze de sneeën dicht. Het bloedde toch niet en dit moest het wel houden.
Omdat rechtop zitten zonder leuning niet fijn was en ik grote vochtbulten onder mijn voeten had, werd ik in een rolstoel in de gang gezet en zou opgehaald worden voor allerlei foto's en een CT- scan. Ik werd vrij snel opgehaald door iemand en ik moest op een bed gaan liggen voor een CT-scan. Ze checkten of mijn ingewanden nog intact waren en of er geen bloedingen waren, want een val van dergelijke hoogte of omvang moest bijna wel inwendig letsel opgeleverd hebben. Ze vonden niks... en dat konden ze dus niet geloven. Het werd later door nog een andere arts gedaan en ook die zag niks geks. Maar ze waren nog steeds niet overtuigd en belde een specialist op dat gebied die van zijn vrije dagen aan het genieten was. In de tussentijd hebben ze foto's gemaakt van mijn rechterhand, -arm en beide enkels. Ze konden zo snel geen breuken vinden en dus werd ik weer in mijn rolstoel ergens op een gang gezet. Geen idee hoe lang ik daar gezeten heb. Na een tijdje kwam de opgetrommelde specialist en die deed een grondig onderzoek en er werd een derde CT scan gemaakt. Resultaat: niks te vinden. Hij vond het bijzonder, maar onmogelijk was het ook weer niet. Wel moest ik minimaal 24 uur blijven omdat het zomaar zou kunnen dat ik toch inwendig letsel heb, maar dat het zich nog niet uitte.
Ik kreeg ergens een bedje aangewezen en lag met nog een aantal mannen op de kamer. De kerel naast mij lag met twee benen in het gips en een grote tulband om zijn hoofd.
Wat zou die gedaan hebben dan? Het zag er niet uit... Wel heel pijnlijk...
Van een verpleegster kreeg ik een warme apfelstrudel met poedersuiker en al! Een
warm welkom op de afdeling dus. Maar Natascha zat nog steeds in de camperbus te
wachten. We hadden natuurlijk veel appcontact, maar nu ik sowieso moest blijven
betekende dat ze de nacht alleen door zou moeten brengen. Wat een geluk dat haar
ouders nog in het land waren. Die zouden eigenlijk de dag ervoor naar huis gaan, maar door het slechte weer hadden ze een nacht bijgeboekt. Ze belde haar ouders en die zijn naar het ziekenhuis gekomen. Natascha mocht zowaar even het ziekenhuis even in om wat spullen te komen brengen zoals een tandenborstel, schone pendek enz. Uiteindelijk zijn ze gaan slapen in het hotel naast de camping.
Nadat ik een tijdje in dat bed lag, zakte de adrenaline uit mijn lijf. Ik werd wat rustiger en merkte dat mijn bed nat werd. Toen ik keek, waren de lakens langzaam maar zeker roder en roder aan het worden. Shit... bloed... wat nou weer dan... Bleek dat de diepe sneeën nu toch waren gaan bloeden. Waarschijnlijk omdat mijn lijf wat in de ruststand kwam en omdat de shock er nu wel uit was. Dat zou een plakkerige nacht worden op deze manier. Na een druk op de rode knop werd mijn been nu wel helemaal in het verband gewikkeld. En ik kreeg ook nog schone lakens. Toch fijn!
Aan de nacht heb ik weinig herinneringen dus dat is een goed teken denk ik. Ik herinner me eigenlijk alleen mijn tintelende onderarm en dat een andere ziekenhuisklant een keer wat geluid maakte waarna hij naar een andere kamer werd gebracht. Geen idee waarom.
De volgende ochtend kwam er een zaalarts om met alle patiënten een kort gesprek te hebben. Hij begon aan de andere kant en kwam na twee patiënten bij mij. Hij begon: “Zo dus jij dacht grappig te zijn door van een dak te springen. Wel echt behoorlijk stom wat je gedaan hebt. Leuk he zoveel alcohol drinken?” Ik keek hem verbouwereerd aan en vroeg hem of hij een grapje maakte. Hij hield nog even vol totdat een verpleegster hem wees op het feit dat ik een ander persoon was. “Ah excuus. Jij bent die hardloper die een flinke val heeft gemaakt.” En zonder adem te halen ging hij verder. “We vinden het nog steeds bijzonder dat je eigenlijk geen inwendig letsel hebt opgelopen. We gaan daarom straks nogmaals een CT-scan doen. Ik heb de foto's bekeken van je hand, arm en enkels en daar zie ik geen breuken of scheuren op.” En waarom mijn hand dan in zo'n rare stand stond kwam volgens hem waarschijnlijk doordat mijn lijf in een soort traumastand schoot en flink verkrampte.
Ik wilde naar de wc en die was natuurlijk niet naast mijn bed. Ik stapte uit bed met
behulp van een verpleegster en ik voelde dat mijn lijf zo stijf als een plank was. Lopen ging moeizaam en die onderarm bleef maar tintelen. Om gek van te worden soms. Dit moest er wel mega houterig uitzien.
Ik moest nu vrij lang wachten voordat ik aan de beurt was om de CT-scan te laten
maken. En Natascha was al die tijd al met haar ouders in het dorp, bakkie doen, nog
een bakkie doen, stukje wandelen, door het winkelcentrum, nog maar een bakkie.
Ergens tussendoor had ik de scan, maar ik mocht nog steeds niet weg. De CT-scan
leverde hetzelfde resultaat als de dag ervoor en dus kreeg ik dan toch groen licht om naar huis te gaan. Eindelijk! Natascha en haar ouders kwamen gelijk naar het
ziekenhuis en ik strompelde naar hen toe. Hèhè weer buiten! En weer samen!
We besloten om de vakantie maar te laten voor wat het was en richting huis te gaan. Via de Lidl, waar Natascha nog wat boodschappen voor onderweg haalde, reden we richting Nederland. Ik merkte al vrij snel dat ik het rechtop zitten met de gordel tegen mijn heup niet heel lang zou gaan volhouden. Het voordeel van een camperbus is dat er een bed achterin is en dat bleek een betere optie. Na een koffiebreak volgde een politiecontrole want ze hadden Natascha ‘iets’ zien doen in ons busje. Het leek kennelijk verdacht en één van de twee in burger geklede agenten trok de schuifdeur open en keek verschrikt naar mijn been, en dan in m’n ogen en weer naar mijn been. Die had hij niet aan zien komen. Na wat uitleg begrepen ze ons verhaal en lieten ons gaan zonder verdere controle of vragen.
Ergens rond middernacht kwamen we thuis aan. En ik stond voor een uitdaging, want ik moest 4 verdiepingen omhoog zonder lift... geen idee hoe lang ik erover gedaan heb, maar Natascha was al 3 keer op en naar gelopen om spullen uit de camperbus te halen.
Lopen was lastig en Natascha regelde een rolstoel voor me. En omdat mijn
rechteronderarm nog steeds aan het tintelen was, besloten we dat het wel handig was om naar de huisarts te gaan. Mijn vingers voelde ook nog niet echt top en ik had toch het idee dat er een breuk inzat. Er werden foto's gemaakt van mijn rechterhand en ellenboog. In mijn hand werd geen breuk geconstateerd, maar wel een scheur in mijn ellenboog en dan om precies te zijn in het bij iedereen bekende 'telefoonbotje’. Dat verklaarde ook het tintelen. In totaal heeft mijn onderarm zo'n 3 weken non stop getinteld. Het wandelen ging steeds wat beter en na een week of 6 kon ik weer beginnen met hardlopen.
De bergen, ik kan me bijna geen betere plek bedenken om te zijn, maar ook een plek waar het gevaar altijd op de loer ligt.
Sinds dit voorval zijn we niet meer in de bergen geweest tot afgelopen zomer. We hebben er allebei een tijdje mentaal last van gehad en Natascha durft eigenlijk nog steeds niet echt de bergen in, maar ik was blij dat we weer richting hetzelfde Oostenrijk konden gaan. En genoten hebben we! Geen gekkigheid gehad en daardoor is een boost voor het zelfvertrouwen geweest! 30 juni 2026 start Krijn met de Terra Raetica Trail, een 5 daagse in Oostenrijk en Natascha gaat in oktober een weekend naar Oostenrijk om te trailen! De bergen blijven dan toch trekken en ze zijn te machtig en mooi om nee tegen te zeggen!
Reactie plaatsen
Reacties